Historie - life 4 balkans NL

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Historie


Hoe het begon .....Tijdens mijn eerste verblijf in Sarajevo in nov. 1993 begeleidde ik een tv-ploeg naar een plek waar een dramatische gebeurtenis had plaatsgevonden. De cameraploeg deed z'n werk en legde de verschrikkingen van de oorlog en de emoties van de slachtoffers vast. Diep onder de indruk realiseerde ik me dat we niets van de slachtoffers afwisten. Wie zijn die mensen? Hoe heten ze? Hoe leven ze verder met hun verdriet? Wie zorgt er voor ze? De cameraploeg legde de beelden voor u vast ..... en dat was het. Op naar het volgende drama. In okt. 1995 ging ik de tweede keer naar Sarajevo, nu voor zes maanden. De geschiedenis herhaalde zich, maar deze keer wilde ik niet passief blijven maar proberen te helpen. Dat heb ik gedurende die tijd gedaan. Ik had het geluk dat ik twee vrouwen ontmoette die voor de Duitse humanitaire organisatie 'Cap Anamur' werkten: Ingrid, een Duitse verpleegster, en haar tolk en fysiotherapeut Muamera, een moslima uit Sarajevo. Zij brachten me in contact met de meest schrijnende gevallen. Mijn hulp was effectief en direct: 'Je vult een plastic zak met levensmiddelen en medicijnen en brengt die naar de mensen toe'. Eind maart 1996 zou ik definitief weggaan uit Bosnië. Zes maanden lang had ik mensen gesteund maar aan die steun zou nu een einde moeten komen. Tegen mensen die op mijn hulp rekenden en die mij hun vertrouwen hadden gegeven, zou ik moet zeggen: 'Dat was het dan. Ik ga naar huis. Hopenlijk vinden jullie iemand anders die wat voor jullie wil doen.' Ik had die mensen geholpen, maar ik had hen ook hoop gegeven op een betere toekomst. Die hoop mocht ik hen niet ontnemen en zou niet mogen afhangen van mijn persoonlijke aanwezigheid in Sarajevo. Mijn vrouw en ik besloten dan ook om te blijven steunen; maar hoe? Als wij voor het geld zouden zorgen, dan was Muamera bereid om die mensen te blijven bezoeken en ze te voorzien van levensmiddelen en medicijnen. Tijdens mijn verblijf heb ik mijn ervaringen genoteerd. Thuis heb ik deze 'aantekeningen' uitgewerkt en als verhalenbundel gepubliceerd onder de titel: 'Brieven uit Sarajevo' (zie onder 'boeken'). De gehele opbrengst ging - via Muamera - naar onze 'vrienden' in Sarajevo. Daarnaast deden mijn vrouw en ik allerlei activiteiten om geld bijeen te brengen. Onder andere stonden wij op rommelmarkten waar we spullen verkochten voor 'het goede doel'.

In 1999 ging ik voor zes maanden naar Kosovo. Ik werkte in de hoofdstad Prishtina. Ook hier heb ik gedurende die periode mensen geholpen. De situatie was hier gunstiger dan in Sarajevo. In Bosnië was de oorlog in volle gang; in Kosovo was er vrede. Dat maakte het voor mij gemakkelijker om 'humanitair' actief te zijn en ik kon mijn hulp beter organiseren. Na mijn thuiskomst, zijn mijn vrouw en ik teruggegaan naar Prishtina en hebben ons gedurende drie maanden samen ingezet voor de zwaksten in de samenleving. Ook onze 'ervaringen' in Kosovo heb ik gepubliceerd onder de titel: 'Slechts Brood en Zout maar met Hart' (zie onder 'boeken'). De hele opbrengst van deze verhalenbundel kwam eveneens ten goede aan hen die hulp nodig hadden.

Sedert 1995 steunen wij, zowel in Bosnië als in Kosovo, mensen die zonder onze hulp nog geen menswaardig leven kunnen leiden. In de loop der jaren hebben vrienden en kennissen ons geholpen met het bijeenbrengen van gelden. Hoe dit geld wordt besteed en wat er al mee gedaan is, leest u onder Hulpacties, Sarajevo en Kosovo.

Is erop de Balkan nog steeds hulp nodig? .....


Een terechte vraag zoveel jaren na de oorlog. De Internationale gemeenschap - o.a. NAVO, VN, EU en honderden humanitaire organisaties - hebben er gedurende jaren met tienduizenden mensen gewerkt om de samenlevingen weer
op te bouwen. Enorme sommen geld zijn besteed om die wederopbouw te realiseren. Maar toch ontbreekt het nog aan veel ..... aan te veel. Slechts drie voorbeelden uit honderden. Hoe kan het zijn dat nu nog in Sarajevo een weduwe met twee kinderen slechts 20 euro persioen krijgt per maand? Dat is 0,67 eurocent per dag voor drie mensen. Hoe kan het zijn dat een verlamde incontinente vrouw die door onze hulp aan een rolstoel werd geholpen ook nu nog door ons van incontinentie-luiers moet worden voorzien? Hoe kan het zijn dat een zestigjarige vrouw het licht in haar beide ogen zal verliezen omdat ze geen 450 euro bijeenkrijgt voor een operatie? Mijn antwoord op deze vragen wil ik kort houden. De internationale gemeenschap deed en doet nog veel voor de wederopbouw. Maar die inspanningen zijn te veel gericht op makro-niveau (projecten veelal gebaseerd op nationale politieke interesses), en te weinig op 'hulp voor het individu'. De hulp komt veel te weinig terecht bij 'de getraumatiseerde mens in de oorlogsmachine', zoals mijn vrouw en ik het noemen. Of anders gezegd: 'Bij de zwaksten in de samenleving.' Het antwoord op de vraag: 'Is er nog steeds hulp nodig?' moet ik helaas beantwoorden met een volmondig 'Ja'. Ook uw hulp!

Meer informatie hierover vindt u op de pagina's:  Hulpacties, Sarajevo en Kosovo.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu